20-01-2015

Wordt de ideologie van AMADA (1970), op 9e PVDA-congres (2015) gewist uit collectief geheugen?(4)

Zoals ik vorig artikel “Wordt de ideologie van AMADA (1970), op 9e PVDA-congres (2015) gewist uit collectief geheugen?(3)” reeds zei, er was (in oktober 2003) een besluit gekomen “om eindelijk nu eens een antwoord te geven op al die rapporten die Nico geschreven had”. Maar het ging niet om “een antwoord” te geven. Nee, in alles werd een aanleiding en argument gezocht (en gefabriceerd, zoals ik zal aantonen) om een KRITIEK te kunnen formuleren (er was dus de vooringenomenheid dat ik “hoe dan ook” verkeerde veronderstellingen maakte en dat mijn kritieken en bezorgdheden niet juist waren). De opdracht tot het schrijven van en het aangeven van de hoofdlijn van het “kritiekrapport” kwam van provinciaal kader Simone (een alias). Die liet het aan (provinciaal kader/streekkader, alias) Boud om basis-militant (alias) Pirre (“die mij het langste kende”) te “begeleiden” om het uiteindelijk neer te schrijven. Eerste voorstel van kritiekrapport werd dan nog eerst besproken op streekniveau (met Patrick, Myra en Jaak – aliassen). De hoofd-inspirator was echter Boudewijn Deckers (“coup-leider” eind 2003-begin 2004), geassisteerd door Herwig Lerouge en Wim Kenis. Hoewel Nadine Rosa Rosso, tot begin 2004 Algemeen Secretaris, in principe als eindverantwoorde hiervoor kan geacht worden (en ik had mij in mijn kritieken in mijn rapporten regelmatig tot haar gericht, zonder dat zij mij ooit antwoordde), speelde zij geen rol in deze “kritiekcampagne” tegen mij. INTEGENDEEL zie ik, in de manier waarop de “kritiekcampagne” tegen mij is gevoerd inclusief mijn uitsluiting, dezelfde leugenachtige manipulatie als waarin de Boudewijn Deckers-fractie dat tegen haar gedaan hebben. (Hierover kunt u één en ander lezen in deel 1 en deel 2)
Ik herneem dus eerst weer het stuk uit het kritiekrapport:

In verschillende rapporten heeft N het erover dat "het niet duidelijk is wat de algemene politieke lijn is" (oa in rapport 5/3/02 p40) (....)
Vooral na 11/9/01 heeft de partij nochtans niet stilgezeten om de nieuwe ontwikkelingen in de wereld te analyseren. Zie oa de artikels(....)
Maar over deze nieuwe analyses schrijft N: "... meen ik zaken waar te nemen die ik niet anders kan katalogeren als onder 'revisionisme' ...Als ik een titel moet vinden voor een eventuele campagne tegen wat ik zie als revisionisme... dan kan ik niets beter vinden als 'De strijd voor Loon' ...Als men binnen de partij niet echt zich realiseert wat de ontwikkeling en de samenstelling van het loon is..., geen beeld heeft van de stelselmatige afbraak van dat loon... Hierin liggen volgens mij elementen van revisionistische tendenzen... "(25/2/02) (p11).
Op datzelfde ogenblik verklaart Bush in zijn State of the Union de oorlog aan de volkeren , op datzelfde moment wordt het proces gemaakt van het strijdsyndikalisme in het proces Clabecq, staat het faillissement van Sabena voor de deur...Men zou wel denken dat de rapporten van N van een andere planeet komen! Het is alsof N die nieuwe veranderingen in de wereld niet wil zien en zich verstopt achter een 'strijd voor loon*.
Bovendien vergeet hij dat na de dood van Marx het kapitalisme geëvolueerd is naar het stadium van het imperialisme: dank zij de superwinsten op kap van de 3e wereld kon het kapitalisme hier de arbeiders inderdaad enkele kruimels toestoppen, die nu weer afgepakt worden.. (...)
Waarom hecht N zoveel belang aan huisvesting en "strijd voor loon"? Waarom maakt N telkens een tegenstelling tussen enerzijds het 7e Kongres en anderzijds "een specifiek bilan van L" waarvan volgens hem moet van worden vertrokken?
Op p.18 stelt N "eigenlijk kun je de hole federalisering van België, de uitbouw van Europa, de globalisering zien als 1 grote aanval op het loon". (...)
Het noodzakelijk buigen voor de economische eisen, dat is het precies wat Lenin economisme noemt!
Snapt N wel dat de manier waarop hij "strijd voor loon " en "huisvesting" stelt hem juist in deze richting duwt?

De “gele” citaten zijn de uitgezochte citaten, uitgezocht om te gebruiken in het kritiekrapport. Het zijn dus slechts enkele zinnen uit dat rapport. De enkele zinnen die op die uitgezochte citaten volgen, die dus moeten worden gezien als de “bespreking” van dat rapport (waaruit die citaten komen). Welnu ik geef nu (bijna) het GEHELE rapport, met daarin de uitgezochte citaten eveneens geel gekleurd...

Aan: Boud (streekleiding – een alias) Simone (provinciale leiding - een alias) Nadine (nationale leiding – echte naam) Datum:25/02/2002
Van: Nico
Inleiding en verantwoording
Er zijn een aantal zaken waarover ik reeds een rapport of nota heb geschreven. Er zijn een aantal, volgens mij, verkeerde zaken in de partijwerking die ik meen waar te nemen. Ik heb reeds in een aantal rapportjes geprobeerd te beschrijven wat er verkeerd is en waaraan het ligt, volgens mij. Het is nu dat ik volgens mij een bepaalde samenhang begin te zien tussen een aantal verschillende politieke en organisatorische zaken en die ik dan ook meende te moeten kritikeren.
Zowel op het vlak van politieke lijn, van ideologie, als organisatorisch meen ik zaken waar te nemen die ik niet anders kan katalogeren als onder `revisionisme`.
Eventueel zal ik vroegere rapporten van mij hernemen en ze later als bijlage opsturen als ik denk dat een en ander duidelijker illustreert wat ik wil zeggen.
Ik heb natuurlijk een beperkt zicht op de totale partijwerking, over sommige zaken kan ik alleen maar veronderstellingen maken.
Ik hoop via dit (eerste )rapport aanleiding te kunnen geven tot een onderzoek of tot een discussie.
Wellicht zijn er gelijkaardige rapporten en nota's van andere leden, militanten en kaders. Als dan blijkt dat er inderdaad een pertinente kritiek te maken is op bepaalde zaken, zouden die verschillende rapporten dan kunnen samengebracht worden door de partijleiding in een discussiedokument waarover in alle geledingen kan worden gediscuteerd.
Als ik een titel moet vinden voor een eventuele campagne tegen wat ik zie als revisionisme, als ik een werktitel moet ontwerpen voor mijn rapport, dan kan ik niets beter vinden als `De strijd voor Loon`.

Een belangrijke tegenstelling tussen arbeidersklasse en kapitalistenklasse is de strijd voor de correcte vergoeding voor de verkochte arbeidskracht: de strijd voor loon.
Een belangrijke aanleiding tot het onderzoek van het kapitalisme, een stimulans voor de ontwikkeling van het marxisme als wapen voor de strijd van de arbeiders tegen het kapitalisme en die ook een belangrijke aanleiding is van de klassenstrijd is: `de strijd voor loon`.
Het loon zou de waarde van de arbeidskracht moeten zijn die de kapitalist koopt. De hoogte van dat loon komt overeen met de kosten van levensonderhoud van de arbeider en de` vernieuwing` van de arbeidersklasse.
Het loon heeft de neiging af te nemen tot het minimum door ingrijpen van de kapitalisten, de concurrentie onder de arbeiders, het bestaan van een reserveleger, door het capituleren voor de klassenstrijd onder invloed van het reformisme.

Hoe dat loon eruit ziet, of hoe het samengesteld is hangt, af van de ontwikkeling van de maatschappij.
In een imperialistisch land (onderhevig aan interimperialistische tegenstellingen), in een tijdperk na twee wereldoorlog (met een sterke antifascistische strijd olv communisten), in een tijdperk na de ontwikkeling van het socialisme in meer dan een derde van de wereld en na een zekere terugval van dat socialisme en nu in een periode van structurele wereldomvattende krisis ziet dat loon er iets ingewikkelder uit dan in de tijd van K Marx:
-Het loon in de hand gekregen: het nettoloon
-Het loon dat op basis van het verzekeringsprincipe en solidariteitsprincipe collectief ter beschikking staat voor `het levensonderhod` in brede zin ( gezondheid, huisvesting, ontplooing- onderwijs, enzelf cultuur en communicatie)
-Zelfs de belasting op winst, de vennootsbelasting, voor zover die werd gebruikt voor (gratis of goedkope) diensten, voor de staatsbijdrage voor de Sociale Zekerheid is zo te zien als een vorm van “vergoeding voor de arbeidskracht”.
De totale hoogte van het loon wordt bepaald door de klassenstrijd (waaronder het doorvoeren van de revolutie in meer dan een derde van de wereld, de antifascistische strijd en de sindikale strijd voor zover die antikapitalistisch is). Maar zij wordt ook negatief bepaald door de concurrentie binnen de arbeidersklasse zelf. Door de ontwikkeling van het imperialisme, door de globalisering kunnen de kapitalisten, laagbetaalde onderdrukte en meer uitgebuite deel van de arbeidersklasse stellen tegenover het tot een bepaald moment in de geschiedenis beter georganiseerde deel van de arbeidersklasse die oiv de klassenstrijd voorheen in staat was een hoger loon te bedingen.
De samenstelling van de totale vergoeding voor de arbeidskracht verschilt ook van land tot land. Zo kan door verslapte waakzaamheid, of door invloed van het reformisme, of doordat de krachtsverhoudingen tussen de burgerij en de arbeidersklasse georganiseerd door de communisten in de partijzanen anders lagen, in bijvoorbeeld Nederland een deel loon, dat we in Belgie `patronale lasten` noemen, er niet meer zijn en zo ook niet het daarmee opgebouwd `terugkeer` van dat loon in de vorm van diensten en uitgaven van de Sociale Zekerheid.
(Zo kan men aan de “verzuchting” van de kapitalisten “dat de loonkost in België het hoogste zijn” eigenlijk de niet uitgesproken “verzuchting” toevoegen dat het geheel van “goedkope diensten”, Sociale Zekerheid, gezondheidszorg ,enz.... te hoog is in vergelijking met elders)

De waarde van de arbeidskracht wordt bepaald door de arbeider ervaren noodzakelijke `kosten voor levensonderhoud` (heel algemeen gesteld)
De `kosten van levensonderhoud` die de hoogte van het loon bepaald, de waarde van de arbeidskracht, verschillen naargelang de plaats in de wereld, de tijd van de geschiedenis en de ontwikkeling van `de behoeftes`:
Zo zou je kunnen zeggen dat bv het hebben van een internetverbinding ( met de daarvoor noodzakelijke computer) eigenlijk op dit moment een onderdeel is van de `kosten van levensonderhoud`: als bepaalde diensten aangeboden worden (al dan niet gratis) via internet - bv nodige documenten of bepaalde info.
De kosten voor het bestaan van staatsdiensten en staatsbedrijven die gratis of goedkope diensten aanbieden die door de belastingen worden betaald kan men zien als het terugkeren van `loon`.
Voor zover die staatsbedrijven ten dienste staan van het functioneren van de kapitalisten is het natuurlijk het “toeeigenen van meerwaarde”.
Zo kan men de privatisering van staatsdiensten en staatsbedrijven voor zover die gratis diensten voor de werkers nu wegvallen zien als een loondaling.1
Evenzo de afbraak van de Sociale zekerheid, de daling van patronale lasten. Ook als dat deel van de vennootsbelasting dat ging naar uitbouw van die diensten of naar de staatsbijdrage voor de S Z dat door het wegvallen van deze laatste, ofwel niet meer wordt geind, ofwel niet meer zal worden betaald, is te zien als een loondaling.
Naarmate men zich dat binnen een communistische partij minder en minder beseft wordt er niet echt in de aanval gegaan tegen de ideologische aanval van de kapitalisten onder de titel van `de stijgende loonkosten`.
Als men goed de samenstelling van het loon (de vergoeding voor de verkochte arbeidskracht) beseft, ziet men dat bv de brochure (van Marx) `Loonarbeid en Kapitaal` geen theoretische bespiegeling is, maar een nog steeds actuele scherpe analyse van de maatschappij die tenslotte nog steeds kapitalistisch is. Alleen als men niet beseft hoe dat loon in de wereld van vandaag is samengesteld kan het zijn dat men de indruk krijgt dat de analyse die Marx maakt in `Loonarbeid en Kapitaal` ( en in “Het Kapitaal”) niet helemaal voldoet als te gebruiken instrument of leidraad.
Als men binnen de partij niet echt zich realiseert wat de ontwikkeling en de samenstelling van het loon is, vermindert het besef aan het belang van de klassenstrijd om dat loon zo veel mogelijk te doen overeenkomen met de echte waarde van de arbeidskracht. Als men geen materialistisch beeld heeft voor de samenstelling van het loon, realiseert men ook niet de stelselmalige afbraak van dat loon tot het minimum en erkent men in feite ook niet de noodzaak naar een echt marxistische analyse van de maatschappij van vandaag om zo aan de arbeidersklasse (door een inzicht te hebben in die maatscappij) een wapen te geven. Hierin liggen volgens mij elementen van revisionistische neigingen of tendenzen (ik wil nog niet spreken van een echte lijn)
(Ik bedoel dat het geheel van richtlijnen vanuit Europa en de “regeringsmaatregelen” die in de opeenvolgende regeringen (in overeenstemming met die Europese richtlijnen) zowel tav het “zichtbare” loon als de “indirecte” vormen van loon als ook de “onzichtbare” vormen van loon (in privatiseringen van overheidsdiensten en overheids”bedrijven” én de daarop volgende dan weer “noodzakelijke besparingen” in sociale zekerheid, gezondheidszorg, één strategie is om de uitbuitingsverhouding te vergroten ....ofwel “het loon” (of de vergoeding voor de arbeidskracht-aankoop) te verlagen. (en bij gelijkblijvende product-prijzen, betekent dit: vergroten van de door de kapitalisten toe te eigenen meerwaarde)

De manier waarop de publikaties van de partij gebruikt en samengesteld worden als `organisator` zouden die `revisionistische` tendens moeten weerspiegelen, als die er is
In Solidair, in Marxistische Studies, worden flarden van zo`n globale marxistische analyse gegeven maar evengoed worden eerder `beschrijvingen` of gefundeerde `aanklachten` of eerder, weliswaar met feiten en cijfers onderbouwde, `ontmaskeringen` gegeven, dan dat men doordringt naar een echte grondige analyse die toch duidelijk, bevattelijk en simpel is. En waar (stukken van) een basisanalyse wordt gegeven, wordt die kennis niet doorgegeven of verworven door eenieder in de partij. Zij staat verspreid in verschillende teksten in bijvoorbeeld Marxistische Studies. Het is slechts aan de gemotiveerde en reeds wat gevormde lezer om zelf tot zo`n analyse te komen.2
Daardoor kan het zijn dat kaders erkennen, dat ze `verrast waren en niet voorbereid` op de ernst van de krisis.3
Ik heb een rapport geschreven over de abonnementendienst, nav het (moeten) stopzetten van mijn activiteiten daar (ik had intussen werk gevonden) In de bedenkingen, kritieken, die ik daar geef op de werking en omkadering van de abonnementendienst geven (volgens mij, nu) weer dat er de invloed is van wat ik zou omschrijven als revisionistische tendens, op organisatorische kwesties.4
Ook blijven zo leden, en simpas in de bedrijven zonder de wapens die zo een concrete, rechtlijnige en simpele analyse kan zijn. Het is namelijk zo dat arbeiders zélf enorm beïnvloed zijn door het reformisme of door de pers van de burgerij. Met veel feiten wordt `bewezen` dat de `loonkost stijgt`. Het is heel moeilijk, zonder kennis ter zake en zonder marxistische analyse hier echt tegen te argumenteren.
En wat een geluk! De burgerij zélf geeft schijnbaar een argument die gaat in `onze richting`; zie het artikel in De Standaard,`Reële nettolonen liggen amper hoger dan in 1975`. Maar dit geeft nog niet echt antwoord, want vele mensen, bv arbeiders in de fabrieken, (en waar leden en simpas mee diskuteren) hebben het vaak over het `wanbeheer van de regering` dat maakt door allerlei belastingen dat de loonkost toch `de pan uitswingt en waardoor dan weer werkplaatsen verloren gaan, bedrijven hun deuren moeten sluiten....enz
Wij geven dan vaak halfslachtige argumenten:`Jamaar de loonkost daar horen ook de `patronale lasten` bij en het is omdat er in andere landen minder sociale zekerheid is en dus minder `patronale lasten` en `sociale zekerheidsbijdragen` dat de loonkost daar lager is.....`
Het is precies of de analyse van Marx niet meer voldoet, geen antwoorden geeft, daar waar staat dat het loon daalt......

Het is niet zo rechtlijnig, dat besef ik wel, en anders zou men kunnen spreken van echt overheersen van het revisionisme, want men zoekt echt wel naar argumentatie in Solidair om aan te tonen dat onze koopkracht daalt en de loonkostenstijging zoals de kapitalisten dat voorstellen maar betrekkelijk is. Maar er wordt volgens mij niet genoeg teruggegrepen naar de analyse van Marx zelf, waar hij op bevattelijke manieren en met feiten en argumenten die hij vond in de maatschappij, zoals die toen bestond, de meerwaardeteorie uitlegde aan arbeiders (in `Loonarbeid en Kapitaal` en in het `Communistisch Manifest`)
Zo zoekt men ook niet aan organisatievormen van leden en militanten in de vakbond die zouden moeten toelaten om de strijd voor de verovering van de vakbond of om de leiding van het eenheidsfront, dat de vakbond is of zou moeten worden, te voeren. (Zo denk ik aan een organisatievorm, binnen de partij, voor syndicalisten waarin in basis-eenheden die syndicalisten zitten, die elkaar ook tegenkomen in vormingen, of die dezelfde secretarissen hebben e.d,. Ik stelde dat reeds voor in andere nota's)
Als men niet echt beseft hoe het loon van de arbeider (vooral gezien als loonmassa voor de arbeiders als klasse) heden ten dage samensgesteld is dan heeft men ook niet de neiging te zoeken naar argumentatie om dat juist ààn te tonen en zo ook te kunnen aantonen dat het loon DAALT.
Op de omgekeerde manier kan men nu de feiten en cijfers zoeken in de info die iedereeen heden ten dage op internet vind (en niet meer moet zoeken in biblotheken)
Men heeft toegang tot de info van ieder planbureau en iedere Nationale Bank van ongeveer ieder land van de wereld.
Men kan de samenstelling van het loon, de hoogte van het loon, de evolutie van de afbraak van het loon laten bestuderen door communisten in de betreffende landen. Men kan het zo samenleggen in Internationale Seminaries of zelfs virtuele vergaderingen op het Internet. Men krijgt zo de basis van 1 politieke lijn voor een communistische internationale of voor de basis van 1 Europese KP of voor de uitbouw en ontwikkeling van 1 eengemaakte sindikale strijd enz.......

Op basis van die `basisanalyse` kunnen allerlei specifieke deelanalyses ge-ent worden, die kunnen bv dienen voor een bepaald deel van de bevolking (daarom niet altijd volledig uit arbeiders bestaand) in hun strijd voor een menswaardig bestaan (die uiteindelijk ook een antikapitalistische strijd wordt - niet in het minst oiv de werking van communisten)
Om duidelijk te maken wat ik bedoel.... een deel van de vorming gedaan in `mijn` basiscel. Hieronder volgt een illustratie die weliswaar geen feitelijk bewijs zijn, maar toch sterke aanwijzingen geeft voor de juistheid van de stelling van Marx: het arbeidsloon heeft te neiging te dalen tot het minimum.
De feiten zijn bijeengebracht door een studie (ook al beperkt in de tijd) van 2 personen (ik en een basislid, toevallig mijn vriendin) Dit is gebeurd met een beperkte kennis om de gevonden cijfers en feiten echt te kunnen duiden. Dit alleen zijn de redenen, dat ik zeg dat de feiten hieronder niet een bewijs voor de analyse van Marx is maar wel een sterke aanwijzing.

Argumenten voor juistheid van Marx
De loonkoststijging (of -daling)5
Het BNP is de afkorting van Bruto Nationaal Product6. Het is de totale geproduceerde rijkdom (uitgedrukt in de marktprijzen voor producten en diensten) van een land. Voor het grootste gedeelte is het resultaat van de productieve arbeid van de arbeiders en arbeid toegevoegd aan de productie (in de vorm van diensten) door bedienden.
Deze diensten en producten eenmaal geproduceerd of tot stand gekomen zijn het eigendom van de kapitalisten en worden door hen verkocht en het geld door hen opgestreken.
Als men de vergoeding van de arbeidkracht, het loon, ervan aftrekt, dan heb je een idee van de meerwaarde tot stand gekomen in België.
Natuurlijk is het BNP min loonmassa niet de echte marxistische meerwaarde, maar het geeft toch een idee.
De evolutie van het aandeel van de loonmassa in het BNP geeft een idee van de ontwikkeling van de klassenstrijd, of juist het toegeven door de kapitalisten om het afkopen van de klassenstrijd, het bestaan van het reële socialisme in de nabijheid, maar ook het toenemen van de uitbuiting, de inleveringen, besparingen en het toelaten hiervan doordat het reformisme in de hoofd van de mensen zit ofwel door een toenemende concurrentie onder werkers of het wegvallen van de Sovjet Unie.
Figuur 1
De evolutie van het BNP geeft een idee van de ontwikkeling van het kapitalisme, het toeslaan van de crisis, enkele conjuncturele oplevingen, maar toch het niet overwinnen van de structurele crisis.
1. Het aandeel van de loonmassa in het BNP stijgt tot in `80, waarna het definitief afneemt om nooit meer zover te stijgen. Even nog een kleine stijging in 89-90, toen een conjuncturele stijging en een daling van de werkloosheid. Maar na de val van de Muur zet de daling zich weer in.(zie figuur 1)
2. Het BNP stijgt steeds, maar de mate van stijging veranderd. In `74 had het de grootste stijging, die het daarna niet meer heeft gekregen. Het is zelfs zo dat de jaarlijkse stijging eigenlijk afneemt ieder jaar.(Als je het bekijkt over een lange periode. Het kapitalisme is in een structurele crisis sinds '74 en geraakt daar niet uit. (Zie figuur 2)
3. Op enkele pieken na zou je kunnen zeggen dat de stijging van de loonmassa toenam tot in '73-'74 en daarna weer afnam. In `82 en enkel jaren daarna (tot in '84 denk ik) had je indexinleveringen: je ziet de stijging afnemen.(zie figuur 2) De hausse '87-'89: er zijn ineens veel werkkrachten nodig, dat verklaart die plotse, een eenmalige stijging in 86. Na 89 komen er weer besparingen. Wanneer was de verandering van de maandelijkse berekening naar de 4-maandelijkse berekening van de index? Wanneer was de invoering van de gezondheidsindex?
Figuur 2
4. Als de hoogte van de loonkost overeenkomt met de mate waarmee de kapitalist(en) in staat zijn om meer of minder onbetaalde arbeid toe te eigenen en dus een groter of kleiner deel van de gerealiseerde arbeid te vergoeden (dit hangt dan af van de ontwikkeling van de krachtsverhoudingen tussen arbeiders klasse en kapitalisten) dan zou je kunnen zeggen dat de loonkost in België het hoogst was in '80 en nooit meer zo hoog is geweest. Sinds 80 zou je zo kunnen zeggen dat de loonkost DAALT.(figuur 1)

De`patronale lasten`
Patronale lasten worden uitgedrukt in een percentage ( bv 35%) bovenop het Brutoloon( of het brutoloon maal 1,08?) Zo uitgedrukt lijkt het alsof je naast de `loonkost` nog een aparte extra loonkost (ofwel extra belasting )hebt, ten laste van de werkgever.
Maar in de jaarbalansen en economische vakliteratuur wordt het geheel van loon(mét werknemersbijdrage en mét belasting die de werknemer moet betalen) EN mét patronale lasten, TERECHT als totale LOONKOST weergegeven. `Patronale lasten` zijn dus een deel van het loon van de werknemers dat in een collectieve pot komt en weer terug komt naar de werknemers als de uitgaven van de Sociale Zekerheid:dop, pensioen, terugbetaling medische kosten..... Als je die Patronale Lasten ziet als een DEEL (uitgedrukt in percent) van het TOTALE loon dan komt die 35% aan het begin overeen met 26%

Hoe evolueren die `patronale lasten` in de tijd?
Er is een stijging geweest van ongeveer 14% naar ongeveer 20% tussen '82 en '92. (Zie figuur 3) Maar we zagen dat de loonkost in ongeveer dezelfde periode DAALDE. Dus die stijging van patronale lasten betekent géén MEER kosten voor de kapitalist, maar in feite dat het aandeel `patronale lasten` ten opzichte van het Brutoloon steeg en dat het brutoloon (en dus het nettoloon) nog harder daalde dan de totale loonkost.
Figuur 3
Die patronale lasten is een van de drie inkomstenbronnen van de Sociale Zekerheid: de andere twee zijn de zogenaamde `werknemersbijdrage`(maar ook de `patronale lasten` zijn ook een deel van het werknemersloon) en de staatsbijdrage. De staatsbijdrage wordt betaald uit de pot `inkomsten` en dus het belastingsgeld.
(...)

Ideologische aanval
`..het gemiddeld brutoloon van de Belgische werknemer ligt nu ongeveer drie keer hoger dan in 1953. Maar die stijging werd grotendeels afgeroomd door de toename van de directe belastingen en de bijdragen aan de sociale zekerheid, nodig om de welvaarstaat te financieren...`7
Een deel van de ideologische `tegenaanval` hiertegen werd inderdaad gegeven in de brochure `De Tunnels...` en in het boek `De Tijd staat aan onze kant` en voor een deel in het boek `De kraak van de Eeuw`.
De aanval op het loon van de arbeiders is veelomvattend, goed voorbereid en komt van verschillende kanten. Dit is zo omdat het cruciaal is voor de kapitalisten om hun bestaan van hun maatschappij te kunnen bestendigen in deze tijd van wereldomvattende crisis.
Eigenlijk kun je de hele `federalisering` van Belgie, de uitbouw van Europa, de globalisering zien als (naast het uitbouw van staatsapparaat aangepast aan de noden en wensen van de kapitalisten in hun concurrentie onderling) als 1 grote aanval op het loon.
De wet op het concurrentievermogen, de norm van Maastricht, de richtlijnen voor privatisering, afbraak van sociale zekerheid, de neerwaartse loonspiraal ( door de analyse in elk land, van de loonkost daar in vergelijking met de `omringende` landen, de studies van de respectievelijke Nationale Banken en Planburos, waarbij over loonkost wordt gesproken als een percent van.....(iets) en daardoor ondanks reële dalingen of zelfs onveranderlijkheid men loonkosten in de vorm van percenten kan laten stijgen en dalen naar behoefte)
(....mijn argumentatie is nog gebrekkig en wellicht niet helemaal correct – ik ben geen echte econoom.....,maar...)
-Ik wilde zo snel mogelijk al een eerste rapport maken
-Ik heb niet de tijd om alles in 1 keer uit te werken ( moet daar zelf nog over nadenken en studeren)
-Ik wil (provocatorisch) al reacties uitlokken. Hiervoor zullen de zich aangesproken kaders toch al verplichten goeie tegenargumenten te zoeken.

Toch een voorbeeld
We kunnen in de tegenaanval gaan tegen de aanval op het loon (door vergelijking met de `ons omringende landen`). Door een analyse te maken van de waarde van de arbeidskracht, door te analyseren wat de basisbehoeftes vormen voor een min of meer levenswaard leven, en van de hoogte en evolutie van de loonmassa( tegenover bv het Bruto Nationaal Product of de totale Bruto Toegevoegde Waarde van alle bedrijven in het land......) en de samenstelling van het totale loon, de totale vergoeding voor de arbeidskracht, kan men ook door vergelijking `van de ons omringende landen`, de strijd in Europa ontwikkelen voor een rechtvaardige vergoeding van de arbeidskracht, de strijd voor de omgekeerde loonspiraal. Een onderdeel van het onderzoek naar `het loon` is volgens mij ook een studie naar de ontwikkeling `in de ons omringende landen` van staatsbedrijven en overheidsdiensten die `gratis` of `goedkoop` diensten (ooit) verschaften, bekostigt door persoonsbelasting en belasting op winsten. De mate van privatisering, de vermindering van belasting en daardoor (als het nettoloon gelijk blijft) de verminderde `loonlast` voor de bedrijven, geeft een beeld van de loondaling in dat land. Zo verkrijgt men ook, door de studie van bevriende communistische organisaties of anders door bevriende marxisten feitelijke argumenten om de situatie in de verschillende landen effectief, wat betreft toestand van de arbeidersklasse, te analyseren en te vergelijken.
Hoe volgens mij de ontwikkeling van revisionistische tendenzen invloed heeft op organisatorische uitbouw (of het ontbreken ervan)
De `strijd voor het loon` wordt eenzijdig gezien als ingewikkeld en moeilijk en voor een analyse baseert men zich op argumenten die niet worden ingepast in een echt marxistische analyse. En daar waar het marxisme minder en minder wordt gebruikt en bestudeerd, komen er in de uitbouw van de partij aan de leiding die men geeft ook meer en meer `revisionistische` afwijkingen. Volgens mij zijn een aantal zaken die ik reeds eerder aanklaagde en waar ik daar een oorzaak probeer te zoeken, zoals ik het nu zie een gevolg van die zelfde `revisionistische tendenzen`.
Lees `Sabena.doc`.8
(voorlopig) besluit
Dit rapport moet het kader vormen waarin ik andere bedenkingen, kritieken, voorstellen zal passen. In dit licht ga ik ook `oudere` rapporten nog hernemen en wellicht herwerkt doorgeven.
PS: Ik kan het toch niet laten, toch nog een voorbeeld van nalaten van grondige studie en analise, die volgens mij dus een gevolg is van revisionistische tendenzen.(de idee dat Marx alleen te gebruiken is in algemene analises maar niet nodig om de basis-evoluties in de huidige maatschappij uit te leggen en te analiseren.)
Het aanklagen van de uitbouw van Europa, regeringsmaatregelen, de logika die het patronaat hanteert, gebeurt volgens mij te oppervlakkig. Het is inderdaad zo dat het gemakkelijk is concrete gegevens en cijfers te vinden (nu met internet) waarmee je allerlei uitspraken van politici kan weerleggen, het effect van geplande maatregelen kan becijferen. Hierdoor lijkt een echt marxistische en globale analyse schijnbaar overbodig is. Maar wil je echt de arbeiders wapenen, wil je ze echt laten zien wat de tactiek van de kapitalisten is, hoe het imperialisme werkt en hoe Europa een staatsmachine is in dienst van de kapitalisten, dan moet je dieper graven!
Er was een tijd dat je moeilijker aan informatie kwam. Dan waren er `specialisten` binnen de partij (zoals Jo Cottenier en Thomas Gounet) die via het documentatiecentrum aan de gespecialiseerde informatiebronnen konden komen (verslagen van de Nationale Bank, allerlei regeringsdocumenten over budgetten en begrotingen) en de partij de analyse gaven (bv in de vorm van de brochure `We zijn uw tunnels beu``). Maar eigenlijk zou ieder kader genoeg doorkneed moeten zijn in marxistische politieke economie om, als hij/zij over de informatie beschikt, toch een redelijke analyse te kunnen produceren.
Welnu, tegenwoordig kan je al die cijfers, budgetten, jaarrekeningen en begrotingen (meestal gratis) downloaden van internet!
Het nalaten van kaders om dat te doen is volgens mij een vorm van revisionisme: zich tevreden stellen met een algemene oppervlakkige `ontmaskering` ipv zich grondig vastpinnen op de gegevens en zo de mechanismen van toenemende uitbuiting bloot te leggen.
Vb Mijn vriendin bestelde, gratis, via Internet de `Economische vooruitzichten 2001-2006.` Je kan datzelfde boek via Adobe-reader raadplegen op Internet....
Is er iemend die dat al gelezen heeft?
Ja? Waarom heeft die dan geen alarmerende analyse gegeven voor in Solidair?
Nee? Leest men dan alleen maar artikels in de Standaard OVER die documenten?
Hierin staat duidelijk (volgens mij, economische leek) op welke manier en hoe ingrijpend men de uitbuitingsgraad verder gaat opdrijven (en het loon - de vergoeding voor de verkoop van de arbeidskracht- gaat doen dalen)
Enkele citaten: ` ... Zoals steeds houdt de basisprojectie enkel rekening met beleidswijzigingen die vaststaan en concreet zijn. Zij bevat dus niet de verdere structurele bijdrageverminderingen die het regeringsakkoord voorwaardelijk in het vooruitzicht stelt voor 2002.....(..)
De totale structurele verminderingen (zie tabel op p 60) bedroegen ex ante 91,4 miljard in 2000 en zouden nog toenemen met 44 miljard over de projectieperiode, waarvan 15 miljard in 2001 (...) Op kruissnelheid ( in 2005) zou via die maatregel jaarlijks 135 miljard bijdrageverminderingen toegekend worden....`9 Het gaat hier dus (volgens mij) over de `patronale lasten`.
Het plan zit zo slim ineen dat de Sociale Zekerheid zelfs geen tekorten gaat hebben door die bijdrageverminderingen! Het effect van vroegere maatregelen in de S.Z. zetten hun effect in de toekomst verder, plus komen er nog een aantal `secundaire `besparingen. Zelfs met de enkele kruimels die Vandebroucke rondstrooit erbij, DALEN de uitgaven van de S.Z.
`De primaire uitgaven van de sociale zekerheid vertragen over de periode 2001-2006 met 0,8% van het bbp, waarvan 0,4 voor werkloosheid, 0,3 voor pensioenen, 0,3 voor kinderbijslagen, terwijl de uitgaven voor geneeskundige zorgen toenemen met 0,3 procentpunt van het bbp....
Die vertraging volgt gedeeltelijk uit de gestelde hypothese van constant beleid: buiten de bovenvermelde selectieve verhogingen wordt er niet vooropgesteld dat welvaartsaanpassingen aan de uitkeringen worden toegekend. De loonplafonds bij de berekening van de werkloosheidsvergoeding en de ziekte- of invaliditeitsvergoeding worden enkel geindexeerd volgens de prijsevolutie, uitgezonderd de eenmalige verhoging van het loonplafond voor werkloosheid vanaf 2002.

De socialezekerheidprestaties, die voor het overgrote deel bepaald worden door een eigen interne dynamiek die in het verleden is afgeremd door structurele besparingsmaatregelen10, vertragen des te sterker ten opzichte van het bbp in de mate dat de groei gerealiseerd wordt met bijkomende tewerkstelling..11.
Zo heeft de Sociale Zekerheid zelfs overschotten! En waar gaan die voor dienen....?
Op p. 68: `Het `wetsontwerp..... tot oprichting van een Zilverfonds` voorziet dat de inkomsten van dit fonds worden geput uit......,... overschotten van de sociale zekerheid,.....`
Dus er is een `loondaling` die continu zal toenemen (door die bijdragevermindering), er zijn structurele maatregelen, waaronder die die in het verleden reeds genomen zijn, die zorgen dat de uitgaven voor de Sociale Zekerheid verminderen (o.a. Het niet welvaartvastheid zijn van pensioenen). Daardoor wordt het nu noodzakelijk dat men zich inschrijft in een pensioenfonds om toch nog een zeker pensoen (misschien..!!...) te hebben. Die pensoenfondsen, zoals het Zilverfonds, verschaffen de kapitalisten dan weer kapitaal voor hun aandelen....
Zo zie je maar hoe de kapitalisten de `neiging van continue loondaling`, waar Marx het over heeft, plannen.

Een eerste aanwijzing van “slechte wil” van provinciaal kader Simone (de opdrachtgever voor basismilitant Pirre om een “kritiekrapport” te schrijven) is het gebruik van volgend citaat: “Eigenlijk kun je de hele `federalisering` van Belgie, de uitbouw van Europa, de globalisering zien als (naast het uitbouw van staatsapparaat aangepast aan de noden en wensen van de kapitalisten in hun concurrentie onderling) als 1 grote aanval op het loon.” Inderdaad, zo uit zijn context gerukt (en dan nog; de niet echt literair hoogstaande stijl ervan - dat geef ik toe – geeft makkelijker aanleiding om de kritiek “economisme” aannemelijk te maken, dan als in de plaats ervan het meer uitleg-gevende citaat zou gebruikt worden:” Ik bedoel dat het geheel van richtlijnen vanuit Europa en de “regeringsmaatregelen” die in de opeenvolgende regeringen (in overeenstemming met die Europese richtlijnen) zowel tav het “zichtbare” loon als de “indirecte” vormen van loon als ook de “onzichtbare” vormen van loon (in privatiseringen van overheidsdiensten en overheids”bedrijven” én de daarop volgende dan weer “noodzakelijke besparingen” in sociale zekerheid, gezondheidszorg, één strategie is om de uitbuitingsverhouding te vergroten ....ofwel “het loon” (of de vergoeding voor de arbeidskracht-aankoop) te verlagen.... en bij gelijkblijvende product-prijzen, betekent dit: vergroten van de door de kapitalisten toe te eigenen meerwaarde.
Ten tweede blijkt de “slechte wil” van Simone uit het feit dat ze via een selectieve citeren - “"... meen ik zaken waar te nemen die ik niet anders kan katalogeren als onder 'revisionisme' ... “ - INSINUEERT, dat ik hierbij de analyses van individuele kaders, die ZIJ aanhaalt (NIET IK!) te “beschuldigen” van revisionisme. Zij geeft niet aan waar ik juist die teksten als zijnde revisionistisch bestempel, zij KAN dat ook niet, want ik heb dat nergens gedaan! Ik refereer daarentegen naar vorige rapporten, en wel juist die rapporten, waar nooit op gereageerd is - waar nooit enige poging gedaan zijn door haar om ze ook maar te weerleggen -, rapporten die ik van haar MOEST schrijven, maar die zij dus ZELF nooit beantwoordde. In DIE rapporten noem ik CONCREET “de zaken” waarvan ik DAAR uitgebreid uitleg waarom ik dat revisionisme vind.
Mijn stelling is dat een element van revisionisme (=het “herzien” van de marxistisch analyse) zit in de opvatting (en dit blijkt, volgens mij, in analyses die gemaakt worden en die voor de propaganda en de discussie in Solidair verschijnen) dat het marxisme alleen te gebruiken is in algemene analyses maar niet “bruikbaar” is om bestaande evoluties in de huidige maatschappij uit te leggen en te analyseren. Maw het marxisme (het wetenschappelijk socialisme) is blijkbaar geen bruikbaar wapen (meer?) voor de arbeidersklasse.
Als de strijd om de hoogte van de betaling voor de arbeidskracht (het loon) een essentieel aspect is van de dagelijkse klassenstrijd. (maw de hoogte en de evolutie van de uitbuitingsgraad en de hoogte van de meerwaarde die de kapitalist zich kan toe-eigenen) dan is het belangrijk om te bepalen in de huidige maatschappij, in het huidig stadium van het imperialisme, wat “loon” nu concreet is.
Want zo kan bepaald worden of de stelling van Marx - “het loon heeft de neiging te dalen” – ook vandaag de dag “nog klopt”.En dit geeft een concreet argument aan de stelling dat de objectieve belangen van de arbeidersklasse niet verbonden zijn met het voortbestaan van het kapitalisme, maar dat revolutie en de omverwerping van het kapitalisme op de agenda moeten staan en dat alles erop gericht is in een voorbereiding hiertoe.
Deze gedachtengang beheerste dit rapport en ik wilde hier graag een discussie over.
En was ik “economistisch” in mijn voorstel, en liet ik na te vertrekken van een kapitalisme in zijn imperialistisch stadium? Dat kan best zijn, maar Simone (en andere kaders) gaven mij GEEN bewijs dat de huidige strategie van de partij, het huidige programma (dat er in feite niet is, als iedereen zegt dat “het programma van 1979 moet worden geactuaiiseerd”) NIET “economistisch” is en WEL concreet anti-imperialistisch is.
De HUIDIGE analyses en de HUIDIGE strategie zoals ik besproken heb in “Kapitalistische belangen ideologisch en politiek beschermd door OBJECTIEVE burgerlijke alliantie van uiterst rechts tot uiterst (reformistisch) links.” en in “Wordt de ideologie van AMADA (1970), op 9e PVDA-congres (2015) gewist uit collectief geheugen?(2)” is in hoge mate “economistisch” (reformistisch) en anti-revolutionair en er wordt een BURGERIJKE lijn gevolgd.
Dan iets over het verwijt: “Op datzelfde ogenblik verklaart Bush in zijn State of the Union de oorlog aan de volkeren , op datzelfde moment wordt het proces gemaakt van het strijdsyndikalisme in het proces Clabecq, staat het faillissement van Sabena voor de deur...Men zou wel denken dat de rapporten van N van een andere planeet komen! Het is alsof N die nieuwe veranderingen in de wereld niet wil zien en zich verstopt achter een 'strijd voor loon*.wil het nu vooral hebben over het verwijt dat ik blijkbaar het feit over het hoofd zie “ het faillissement van Sabena staat voor de deur” en dat ik dus blijkbaar van een andere planeet kom.

Welnu op (afgaand op bestandsdatum) schreef ik op 17/02/02 een rapport waarin ik ondermeer het bilan rond ondermeer Sabena (een bilan waarvoor Simone verantwoordelijk – als provinciaal kader van de provincie waarbinnen de strijd rond Sabena plaats had- zou moeten zijn, maar grotendeels toen is geschreven door Nadine) besprak. Ik heb GEEN antwoord toen gekregen van Simone, ook niet in de zin dat “ik blijkbaar van een andere planeet kom”.....

Aan:Simone, Boud, kopie voor Nadine Datum:17/2/02
Van:Nico
Ik vind de krachtlijnen van de text` Onze fundamentele taken in de strijd bij Sabena en de openbare diensten` juist, maar te algemeen om een echt bilan te zijn. Het analyseert de gebreken en de verworvenheden van de partij in het algemeen. Maar ik vind dat in een bilan over een zaak van die omvang er duidelijk moet aangegeven worden wat de fouten waren van de leidende organen en waaraan die fouten lagen.
`We moeten inzien dat we nog steeds niet echt de omvang van de imperialistische crisis begrepen hebben` Volgens mij gaf MS nummer 45 (jan-mrt `99) al aan hoe diep de crisis zat en wat er stond te gebeuren. In feite werd de recessie in de VS al duidelijk voorspeld, de problemen (ahv de betalingsbalans en de schulden) waarin 4/5e van de landen in de wereld zich bevinden, de enorme luchtballon van de speculatie beschreven. In die MS werd duidelijk aangegeven dat de crisis maar echt zal doorbreken als o.a. het failliet van multinationals niet meer kan worden tegengehouden.
Ik heb ook tijdens de drie uiteenzettingen over Europa D. VDB. in 5 minuten de situatie van de luchtvaartsector wereldwijd en Europees met daarin het Belgische Sabena gekaders, horen uitleggen.
Als die inzichten algemeen verspreid zouden zijn geweest in de partij en zeker bij de leiding, dan zou men minder verrast en onvoorbereid hebben gestaan.
Brabant had besloten zich te concentreren rond Sabena en rond Molenbeek. Misschien was het niet de bedoeling, maar in het begin kwam het over dat iedereen in de provincie zich hier rond moest scharen vooral in tijdsbesteding (propaganda en enquetes) Het begeleiden van de uitbouw van een partijwerking in Leuven, daar was geen mankracht of tijd voor. Ikzelf heb mij daar tegen verzet in nota's. (....)

Een cruciale zin: `De verantwoordelijke van de studiedienst had sinds lange tijd het failliet van Clabecq en de sluiting van Renault voorzien. Waren we op terrein daarop voorbereid? Neen. Sinds meer dan 10 jaar kondigen onze analyses massale privatiseringen aan. Heeft iemand van ons ooit geloofd in een mogelijk failliet van Sabena? Neen.
De breuk tussen theorie en praktijk noemt men revisionisme. In onze partij neemt het de vorm aan van spontaneisme, bekrompen activisme en economisme.`
(...)
Heel concreet vind ik dat de verschillende kaders vanuit hun ta(a)k(en) moeten analyseren in hoever zij beïnvloed waren door dat revisionisme ofwel daar blind voor waren bij anderen waardoor zij er niets tegen deden.
In die bilans moeten die kaders bij zichzelf ontleden waar dat revisionisme vandaan komt om aan te geven hoe men hieraan gaat werken. (...).
Dit revisionisme uit zich volgens mij in een liberalisme inzake partijstrukturen en hun werking
De situatie die geschetst wordt van een dossier die opgesteld wordt door een cel en dan besproken wordt door de verantwoordelijke van de studiedienst, waarna zich een ontreddering zich meester maakt van de cel, vind ik een goed voorbeeld.
Als de cel een dossier maakt is het orgaan, dat kader dat die cel begeleid in de eerste plaats verantwoordelijk voor de bespreking van dat dossier en NIET een deus ex machina 'de verantwoordelijke van de studiedienst'. Dat kader of dat orgaan kan de hulp inroepen van die verantwoordelijke maar het doorgeven van de bespreking en de bespreking zelf van het dossier, DAAR is dat orgaan of dat kader verantwoordelijk voor. Als er dan ontreddering of misverstand of discussie is, dan is duidelijk dat hoger orgaan en dat kader verantwoordelijk om dit op te lossen. Ik vind het laf nu vanalles te wijten aan een aantal fouten bij die verantwoordelijke van de studiedienst.
`Het is spijtig dat onze kameraad van de studiedienst zelf niet definieert wat hij `arbeiderscontrole` noemt.` Dit vind ik ongepast! Dat een foute lijn in een pamflet `toevallig` gevonden wordt omdat een nationaal kader gevraagd wordt het paflet te vertalen: ik vind dat onderzocht moet worden wat het gebrek aan politiek inzicht was en de nalatigheid om hun leidende taken op te nemen van het kader of het partijorgaan dat die cel moest leiden.
Zo blijft de text bij opmerkingen ( want is het een kritiek of een zelfkritiek? Dat is mij niet duidelijk): `De passiviteit, de routine, die in onze partij meestal de vorm aanneemt van economisme ( de enige goede strijd is de strijd voor `werk`, de ` werkvoorwaarden`) maakten dat uiteindelijk iemand anders ons voor was om een klacht neer te leggen.`
Er wordt niet duidelijk aangegeven waar in de partij, op welke nivos of welke kaders of organen die fouten werden begaan en waar dat aan ligt en wat er tegen gedaan gaat worden.
Het is niet door het besluit ` Daarom hebben we , ondanks de druk van de dagelijkse gebeurtenissen, de discussie in de cel over een strategisch plan voor de luchtvaart, verder gezet.`
Toegegeven het is nu rond Sabena dat dat `revisionisme` naar boven is gekomen. Maar het is niet door een beperkte organisatorische beslissing dat dat `revisionisme` nu bestreden is. Als dat `revisionisme` niet duidelijk gelokaliseerd en geanalyseerd wordt zal het op een ander moment rond andere konflikten weer naar boven komen.

In bepaalde mate wil ik terugkomen op mijn protest tegen de beslissing de prov te concentreren rond Sabena.
Als de leidende organen/kaders de impact van de problemen rond Sabena en de openbare diensten goed hadden begrepen en ze zouden in de provincie in alle eenheden daar vorming hebben laten geven dan zouden die eenheden de discussies kunnen voeren, infoavonden hebben gegeven, via allerlei acties kunnen gezorgd hebben dat de standpunten in de media zouden komen. Zou zou Sabena als aanknopingspunt hebben kunnen dienen om de discussie rond Europa en de top van Laken te voeren nav de acties rond Europa die zich toen aankondigden.
We hadden daarvoor o.a. het boek “Omkeren” verder kunnen uitputten.
Bv een vorming of infoavond rond Sabena in L zou dan een bijdrage kunnen zijn tot `het concentreren rond Sabena` ipv voor de werking rond Sabena propaganda en enquetes doen.
In die zin zou ik dus wel akkoord gaan met die `concentratie rond Sabena`.(...)

Voorlopige conclusies
In 2003 was al een groot deel van de kaders van de PVDA gewonnen voor het afstappen van voorhoedekarakter van de PVDA, omdat het doel van de PVDA niet meer was het bewustzijn van de werkende klasse te verhogen en zo voor te bereiden voor haar taak, de revolutionaire opheffing van de kapitalistische productieverhoudingen. Maar formeel was dit nog wel zo
(zolang het programma van 1979 niet “geactualiseerd” was, was het nog formeel “het” partijprogramma). Die partijleden die nog appeleerden aan dit voorhoede-karakter en kritieken leverden en discussies begonnen over het feit dat het openlijk optreden van kaders, de “nieuwe” mogelijkheden van lidmaatschap verwerven, de manier waarop de statutaire “veiligheidsregels” werden genegeerd (door zelfs de hoogste kaders), de politieke verantwoording van campagnes die minder en minder beantwoorden aan wat men kan verwachten van een revolutionaire partij, welnu dié partijleden moest het zwijgen worden opgelegd. Die “lastige” partijleden werden aangemaand de richtlijnen komend van een hoger niveau door te voeren (en de eventuele kritiek achteraf te geven, bij het maken van het bilan, waar men dan “geen tijd voor heeft want een nieuwe campagne dient zich aan .....). Door middel van MANIPULATIE (zoals bepaalde foute opvattingen aanwrijven door middel van gebruik van citaten uit hun verband gerukt) werden de kritieken uitgehold en van hun betekenis ontdaan.
Door niet te antwoorden, bespreking te laten aanslepen, werd “on-statutair” gedrag geprovoceerd bij het (lager) partijlid zoals :discussies beginnen op daartoe niet bestemde plaatsen, het soms “persoonlijk”, “ongeduldig”, “eenzijdig”, “on-kameraadschappelijk”, .....worden in de formulering van een kritiek...... En DAN konden de bekritiseerde kaders de kritiek, wegens de VORM, zijnde niet-statutair, “een partijlid onwaardig”, gewoon naar INHOUD ONBEANTWOORD LATEN, want de foute VORM ontsloeg dat kader van de plicht op die kritiek te antwoorden. Of werd de “indiener” zélf bekritiseerd (op de VORM-aspecten) en eventueel met sancties bedreigd.
En zo kon het zijn dat een kader mij een beschuldiging van “economisme” kon op-kleven (en formeel was de PVDA nog altijd revolutionair en bestreed zij het ”economisme”), daar waar ik juist een voorstel deed om een “economisme”, dat ik meende waar te nemen, TEGEN TE GAAN! Het was een voorstel, waar ik over wilde discuteren, waar ik een reactie op verwachtte en dat ik zeker niet beschouwde als de ultieme (revolutionaire) waarheid. Maar in het licht van de HUIDIGE politieke opstelling (zie “Kapitalistische belangen ideologisch en politiek beschermd door OBJECTIEVE burgerlijke alliantie van uiterst rechts tot uiterst (reformistisch) links.” en “Wordt de ideologie van AMADA (1970), op 9e PVDA-congres (2015) gewist uit collectief geheugen?(2)”) was de beschuldiging “economisme” TOEN op zijn minst merkwaardig.
In feite bewijst de handelwijze (die omdat het mezelf betrof en die ik dan ook volledig kan documenteren) hoe het in 2004 moet gegaan zijn met het buitenzetten van een hele groep kaders (waaronder Nadine Rosa Rosso en Luk Vervaet). Toen werden in de partij ook “kritiekrapporten” verspreid waar op basis van héél beperkte citaten uit bepaalde rapporten van hen (maar waar de gehele rapporten nooit beschikbaar waren voor partijleden) wer “verantwoord” waarom de nieuwe zichzelf aangestelde leiding, die partijkaders had buitengezet. Ook werden die buitengezette kaders van zaken beschuldigd, die men later zélf doorvoerde. Lees bv maar “Peter Mertens (2005): «Zet de met pseudo-marxisme, in reformisme volhardende Peter Mertens van 2014 uit de PVDA!»” en ““Fouten” waarvoor Peter Mertens (en co), Nadine Rosa-Rosso in 2004 BUITENZETTE, zijn nu gangbare praktijk in PVDA”.
Het hele “verhaal” betreft veel meer rapporten van mij, het gehele kritiekrapport met een hele reeks “kritieken en beschuldigingen”, een aantal rapporten achteraf van mij, enz.... Maar het “verhaal” eindigt met de sanctie: uitsluiting....In een volgend artikel besluit ik dan ook met mijn LAATSTE intern rapport, als reactie op de aankondiging van mijn uitsluiting.

1Zo herinner ik mij een interventie van D`Orazio tegen de formulering van de eis `gratis onderwijs` en `gratis geneeskunde` omdat dat een verkeerd beeld geeft:`Het is niet gratis, er is altijd voor betaald`. Zo is volgens mij onderwijs en geneeskunde als het `gratis` is gewoon een deel loon, een deel arbeid dat niet toegeigend wordt door de kapitalisten maar uitgekeerd wordt.
2Ik realiseer mij nu dat wat ik `algehele analise` noem eigenlijk het Partijprogramma is wat al jaren wordt aangekondigd maar er nog altijd niet is (dat dat van 1979 moet vervangen...)
3Zie het bilanrapport over de werking rond Sabena. Ik reageerde erop in `Sabena.doc`.
4Dat bilan op de werking van de abonnementendienst heb ik doorgegeven aan Hedwig L, Frans VB en Myriam. Gelieve bij hen dit op te vragen. Zo kan men gelijk hun reactie erop vragen. Want ik kreeg die nog niet..... (Het rapport bestaat uit een text en enkele bestanden op een disket)
5 De grafieken zijn op basis van cijfers uit publikaties van het Federaal Planburo (www.plan.be) of dat van het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek)
6Nu zou ik eerder gebruik maken van het meer gebruikte “Brutto Binnenlands Product”....
7In `Een eeuw economie in beeld` een speciaal nummer van de Economische Financiele Berichtenm gepubliceerd eind 1999, KBC en geciteerd in de De Standaard, 20 feb 02.
8 Dat is mijn rapport dat ik eerder doorstuurde: een bespreking van een door de provinciale leiding gemaakt bilan van de strijd rond Sabena en de activiteit van de partij hierin.
9Ecomomische Vooruitzichten 2001-2006, Federaal Planburo, www.plan.be., p. 59.
10Zie hoofdstuk D in de Economische Vooruitzichten 1999-2004.

11EV2001-2006...,p.86.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten